Waarom wordt iemand gokverslaafd?

Hoe komt het nu dat de een met gokken wel in de problemen komt en de ander niet?

Er is geen eenduidige verklaring te vinden voor het feit dat mensen ergens aan verslaafd raken. Wél kunnen bepaalde omstandigheden of situaties optreden (en dat is iets heel anders dan een verklaring of een oorzaak!) die ertoe kunnen bijdragen dat sommige mensen een risico lopen om iets dwangmatig te gaan doen.

In het algemeen gaat men er van uit dat de ontwikkeling van gokverslaving niet het gevolg is van één duidelijke oorzaak, maar dat verschillende factoren naast elkaar een rol spelen. Het ontstaat door een combinatie van persoonlijke eigenschappen, factoren in de omgeving, de beschikbaarheid en andere kenmerken van het spel en maatschappelijke factoren.

Persoonlijke factoren die van invloed zijn op gokverslaving

Bepaalde persoonlijke eigenschappen verhogen de kans op het ontstaan van een gokverslaving.

  • Geloven in winstkansen
    Als gokkers in het begin een grote winst maken, raken ze vaak overtuigd van de voordelen van het spel. Die grote winst maakt ze optimistisch over hun winstkansen. Het doet er niet toe dat dit optimisme volstrekt niet overeenkomt met de werkelijke kans om te winnen.
  • Verveling
    Sommige mensen kunnen slecht tegen verveling. Die verveling kan samenhangen met eenzaamheid, gebrek aan vrienden en minderwaardigheidsgevoelens. Gokken biedt voor die problemen een ontsnappingsmogelijkheid.
  • Omgaan met spanningen
    Gokkers kunnen vaak slecht omgaan met alledaagse spanningen. Het gokken biedt hen gelegenheid om negatieve gevoelens weg te drukken. Het gokken veroorzaakt een roes die alle vervelende gedachten verdringt. Het kwijtraken van de dagelijkse spanning fungeert als een beloning die er voor zorgt dat het gokken zich blijft herhalen.
  • Magie
    Veel gokkers worden beheerst door magische ideeën. Ze geloven niet in toeval, maar in geluk. Als ze een paar keer achter elkaar winnen denken ze dat dit geen toeval meer kan zijn. Zo zijn er ook geluksgetallen, geluksdagen, geluksautomaten, pech-croupiers en pech-casino’s.

Er is inmiddels onderzoek gedaan naar de motieven voor regelmatig gokken. Uit onderzoek bij verslaafde gokkers blijkt dat deze nogal verschillen. In de tabel staat aangegeven hoe vaak een aantal motieven worden genoemd. Het betreft motieven die gokkers zelf noemen. Natuurlijk hoeven ze niet overeen te komen met feitelijke motieven waarom iemand gokt:

  • ontspanning                            64%
  • snel rijk willen worden              60%
  • avontuur, kick, spanning            8%
  • vluchten                                 49%
  • crisis in leven                          32%
  • verveling                                 36%
  • eenzaamheid                           25%
  • relatieproblemen                      40%

Veel psychologisch onderzoek heeft zich gericht op het beschrijven van specifieke persoonlijkheidskenmerken van spelers die oorzaak zouden kunnen zijn van problematisch speelgedrag. In de persoonlijkheid is een aantal aspecten aan te duiden die een groter risico kunnen inhouden voor problematisch speelgedrag. Een stapeling van deze aspecten geeft een groter risico. Deze aspecten zijn:

  • een negatief zelfbeeld en een lage zelfwaardering;
  • weinig probleemoplossende en sociale vaardigheden;
  • het ervaren van weinig alternatieven te hebben, wat in de realiteit vaak het geval is;
  • irrationaliteit en irreële gedachtenvorming over spelen;
  • als kind het gevoel hebben kapot gemaakt te worden, hierdoor ontstaat bij de opgroeiende jongeren of volwassene de neiging tot het nog verder omlaag trekken van zichzelf;
  • een geringe frustratie-tolerantie; als snel het gevoel ontstaat teleurstellingen en stress niet te kunnen verdragen en verwerken.

Andere onderzoekers noemen een aantal persoonlijkheidskenmerken die betrekking hebben op jongeren en verslaving (in het algemeen):

  • Een non-conformerende instelling (je niet willen aanpassen): er is sprake van een zich afzetten tegen de bestaande sociale orde. Men kan de afwezigheid van de motivatie tot presteren en de aanwezigheid van delinquent of antisociaal gedrag beide als uitingen zien van een non-conformerende houding;
  • Een zucht naar sensatie, ofwel de behoefte aan spanning: mensen met een sterke spanningsbehoefte zoeken prikkels in hun omgeving op die hen in een door hen verlangde staat van opwinding moeten brengen.
  • Ze zoeken het avontuur op en onbekende, nieuwe situaties. Dit gedrag wordt ook wel risico-nemend gedrag genoemd en wordt vaak in verband gebracht met impulsiviteit, het snel beslissen en het nauwelijks nadenken over consequenties;
  • Een gebrekkige emotionele controle;
  • Intrapsychisch disfunctioneren, dat wil zeggen dat je psychisch niet goed functioneert: het niet kunnen voorkomen van en omgaan met gevoelens van schuld, schaamte, angst en depressie;
  • Een negatief zelfbeeld. Regelmatig constateert men bij uiteenlopende probleemgroepen dat deze jongeren gebukt gaan onder een negatief beeld van zichzelf. Ze zijn ontevreden met zichzelf en hebben een hekel aan degene die ze zijn. Dit geldt ook voor verslaafde jeugdigen: zij zien zichzelf als onvrij, besluiteloos en zeer gevoelig voor kritiek;
  • Slechte interpersoonlijke relaties, relaties met andere mensen: veelvuldig is geconstateerd dat verslaafde jongeren regelmatig in moeilijkheden verkeren in hun interpersoonlijke contacten. Ze blijken tegenover leeftijdsgenoten, maar ook tegenover broers en zussen, dikwijls agressief te zijn. Maar het is ook bekend dat verslaafden zeer geremd kunnen zijn in hun sociale contacten, voor zover ze deze nog hebben. Naarmate de verslaving bezit neemt van de jeugdige, wordt de vriendenkring steeds kleiner. De veronderstelling is dat langdurige verslaving tot passiviteit en isolement leidt. Dit wordt ook wel het amotivationele syndroom genoemd: een toestand waarin de persoon alle interesse voor hetgeen in zijn omgeving gebeurt, heeft verloren, behalve voor het middel dat hij gebruikt.
    Zeer waarschijnlijk zijn niet alle genoemde persoonlijkheidsaspecten even sterk risico verhogend voor verslavingsgedrag.

Eigenschappen van het kansspel die de gokverslaving beïnvloeden

Bepaalde eigenschappen van gokspelen werken verslaving in de hand.

Onmiddellijk belonen
Een belangrijke factor is de duur van het spel. Hoe korter de tijd tussen inzet en uitkomst, des te groter de neiging om opnieuw een gokje te wagen. Voorbeelden daarvan zijn de fruitautomaat, de roulette en het kraslot. Even spelen en de uitslag is bekend. Gedrag dat beloond wordt, herhaalt zich. De beloning functioneert als een versterker voor het gedrag. Het maakt veel uit of je deze beloning meteen geeft of pas een tijdje erna.

Opbouw van het spel
Iemand die een hele tijd niets, af en toe een klein beetje en soms heel veel wint, blijft langer doorspelen. Het verlies loopt maar langzaam op, terwijl de grote winst ieder moment kan komen. Gedrag dat zo nu en dan beloond wordt, is moeilijk af te leren. Het zo nu en dan belonen van gedrag is uitermate succesvol als het erom gaat gedrag in stand te houden. Dat er ook gestraft wordt door het verliezen van geld, weegt niet op tegen de kracht van de variabele beloning. De specifieke beloningsstructuur van roulette en van fruitautomaten zorgt ervoor dat dit speelgedrag de neiging heeft zich te herhalen.

Illusie
Gokspelen als de loterij, bingo, roulette, speelautomaten en krasloten zijn kansspelen: spelers hebben geen invloed op de uitslag. Maar door verschillende inzetmogelijkheden wekken sommige spelen wél de suggestie dat de speler het spel enigszins kan controleren. Gokkers zijn gevoelig voor die illusie; ze denken met behulp van zelfverzonnen systemen het gokspel te kunnen beheersen.

Spanning
De beloning zit bij het gokken niet alleen in het geld. Gokken biedt ook spanning. Doordat je de uitslag onmiddellijk krijgt, raak je opgewonden. Deze opwinding, die zowel geldt bij winst als verlies, is ook de beschouwen als een soort beloning. Mensen kicken dan op de spanning. De kick tijdens een spelletje op de gokkast bijvoorbeeld is kort en intensief en dat werkt verslavend: iedere vier seconden is er weer een nieuwe kans.

Aantrekkelijke spelletjes
Het gokken wordt aantrekkelijke en zo opwindend mogelijk gemaakt. De entourage, de sfeer, de lichtjes, een achtergrondmuziekje, gratis hapjes en drankjes in de speelhal, gebruik van kleuren, et cetera. Een casino straalt luxe, maar ook een huiselijke sfeer uit. Bij speelautomaten flikkeren er gekleurde lichtjes en klinken er geluiden. Maar het meest verleidelijke is toch het gerinkel van geld. Door deze eigenschappen werken bepaalde gokspelen eerder verslavend dan anderen. Vooral fruitautomaten en roulette veroorzaken gokproblemen.

Aantallen spelletjes per uur
Bij roulette en het spelen op fruitautomaten duren de spelletjes op zich maar heel kort. Iedere keer krijg je weer een kans om te winnen of het verlies terug te pakken. Het spelen blijft daardoor ook voortdurend spannend. Anders is het bij de Staatsloterij. Daar kan men maar een keer per vier weken aan meedoen. Doordat bij roulette en bij het spelen op fruitkasten de spelletjes elkaar zo snel opvolgen, lopen bij continu spelen de verliezen ook snel op. Hierdoor kunnen bij deze spelletjes in korte tijd grote schulden ontstaan.

Mogelijkheden om te gokken
Natuurlijk moet de mogelijkheid om te gokken binnen bereik zijn. In Nederland is dat vaak het geval. Veel cafés hebben een speelautomaat. De drempel om hier binnen te stappen is laag. In veel steden zijn bovendien op centrale plaatsen amusementscentra, dat wil zeggen: gokhallen, te vinden. Verschillende steden hebben een casino. Een lot kopen kan bijna overal en dit wordt aangemoedigd via allerlei televisieprogramma’s. Nieuw is het gokken op internet. Dit kan anoniem en zonder de aanwezigheid van anderen. Dat maakt het gokken nog gemakkelijker.

Reclame
Reclame is ook van invloed op het gokgedrag van mensen. Reclame dient hier opgevat te worden in de ruimste zin van het woord: van direct aanprijzen van het product in de media en op straat. Maar deze reclame gaat in veel gevallen niet direct over het product, wel over het effect van het product (een gezellige avond), over de naam van de firma (de kansspelindustrie) of over goede doelen (loterijen). Kansspelen kunnen op verschillende manieren gebruikt en dus ook misbruikt worden. In het kader van het overheidsbeleid om te komen tot een vermindering van het aanbod van kansspelen en daardoor tot een vermindering van het aantal probleemgevallen, is het van groot belang reclamecodes op te stellen en de bestaande codes aan te scherpen.

Factoren in de directe omgeving die van invloed zijn op gokverslaving

Verschillende factoren die buiten het individu zelf liggen, kunnen van invloed zijn op het ontstaan van gokverslaving. Belangrijk zijn hierbij gezin en de vriendenkring van een jongere, maar ook zijn maatschappelijke factoren van invloed. Deze verschillende omgevingsfactoren worden kort beschreven.

Het gezin
Factoren die betrekking hebben tot het gezin zijn:

  • het hebben van ouders die vaak afwezig, inconsequent of zeer streng zijn;
  • uit een gezin komen waar veel waarde wordt gehecht aan materiële en financiële zaken;
  • uit een gezin komen waar sparen, plannen en budgetteren niet belangrijk worden gevonden;
  • gok- en/of alcoholproblemen bij de ouders;
  • op jonge leeftijd met gokken in aanraking komen.

In een ander onderzoek wordt gewezen op een aantal gezinsfactoren die met gokproblemen kunnen samenhangen:

  • Materiële verwenning: vaak zijn de jongeren in hun jeugd door een van de ouders of grootouders in materieel opzicht extreem verwend;
  • Verdeeldheid van de ouders: met hun manipulatief gedrag kunnen gokkende jongeren ernstige tweedracht zaaien bij hun ouders. Naarmate de ene ouder zich beschermender en toegeeflijker opstelt, wordt de ander juist strenger, onbuigzamer en afstandelijker;
  • Gebrek aan openheid binnen het gezin;
  • Verveling en behoefte aan spanning: verveling in de adolescentie uiteraard een normaal verschijnsel, maar kan extra belemmerend naar voren treden in gezinssituaties die worden gekenmerkt door saaiheid, passiviteit en een algeheel gebrek aan vitaliteit;
  • Onbeantwoorde verwachtingen: slaagt de jongere er niet in om met gokken te stoppen, dan voldoet hij hoe langer hoe minder aan de verwachtingen van zijn ouders en van zichzelf. Om aan de daaruit resulterende minderwaardigheidsgevoelens te ontsnappen, vlucht hij vervolgens in de vergetelheid die het gokken hem biedt;
  • Conflictvermijding: de individuele neiging tot vluchtgedrag bij jonge gokkers tekent zich vaak af tegen de achtergrond van een patroon van conflictvermijding in het gezin als geheel.

De vriendenkring
Vrienden hebben vaak een sterke invloed op jongeren. Voor jongeren is het van groot belang hoe vrienden denken over gokken omdat ze daaraan ook normen en waarden ontlenen. Aangezien zij zelf ook deel uitmaken van de vriendengroep, leveren ze op die manier een bijdrage aan het ontstaan van die waarden en normen. De eerste kennismaking van een jongere met een kansspelautomaat gebeurt meestal in het gezelschap van vrienden of leeftijdsgenoten. Als een willekeurige jongere veel gaat spelen op kansspelautomaten, kan daarmee een mechanisme in gang worden gezet dat zich als volgt laat omschrijven:

  • oude vrienden accepteren het niet dat de betreffende jongeren veel speelt;
  • opvoeders beoordelen de nieuwe ontstane situatie (goed- of afkeuren);
  • nieuwe vrienden en bekenden in de gokhal proberen de nieuwkomer aan zich te binden (voorbeeldgedrag);
  • de betreffende speler maakt misschien een keuze voor de nieuwe vrienden in de gokhal;
  • het wordt voor de speler moeilijker zich zonder gezichtsverlies los te maken van zijn nieuw gekozen activiteiten (gokken).

Maatschappelijke factoren
Maatschappelijk gezien is er geen brede afkeuring waar te nemen van het verschijnsel gokken in het algemeen; er is dus ook geen brede maatschappelijke aanvaarde norm over te dragen aan jongeren. In het algemeen bestaat er wel afkeuring voor overmatig gokken. Bovendien zijn er verschillende partijen die positief tegen het gokken aankijken: spelers willen kunnen spelen, exploitanten hebben spelers nodig; kansspelorganisatoren verdienen er aan;de overheid verdient er aan en de branche biedt heel wat werkgelegenheid.

Het centrale thema in verschillende sociologische theorieën over gokken is de ‘deprivatie-compensatie hypothese’. Deze hypothese gaat er van uit dat mensen van de lagere sociaal economische groepen lijden aan verschillende materiële en psychologische deprivaties waardoor frustraties en behoeften ontstaan. Gokken kan dan functioneren als een veiligheidsklep waardoor deze grieven en spanningen kunnen ontsnappen en als middel waardoor bepaalde behoeften (gedeeltelijk) kunnen worden bevredigd. Ook kan men riskante gedrag (drinken, roken, druggebruik en gokken) zien als noodzakelijke afweermechanismen in een samenleving die door ongelijkheden en andere sociale spanningen onder druk staat.

Als men uitgaat van het spelelement van gokken, kan gokken als spel ook worden gezien als vorm van ontsnappen van zowel de onzekerheden als van de verveling wekkende routine van alle dag. De kansspelen bieden als het ware een alternatieve speelwereld waarin de verschillen in vaardigheid en de mogelijkheden die in de echte wereld status en beloning krijgen, worden geneutraliseerd door de werking van het lot. Sommige sociologen geven aan dat er een verband bestaat tussen het ontstaan van een verslaving en bepaalde maatschappelijke problemen. Men kan hierbij denken aan het uiteenvallen van sociale verbanden die jongeren kunnen steunen bij moeilijkheden die ze tegenkomen, het afnemen van de sociale controle in onze samenleving of het verloren gaan van in onze samenleving verankerde idealen, waarden of toekomstverwachtingen.

Geraadpleegde literatuur:

  • Folder Gokverslaving, Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid
  • Als de knikkers het spel bepalen. Roel Kerssemakers, De Brink, 1993
  • Gokverslaving. redactie Toon de Vos, Swets & Zeitlinger, 1995
  • Nu moet het lukken! Henk Hermans, Boom, 1988
  • Handboek Deskundigheidsbevordering. Miriam Fris, Stichting AGOG Nederland, 1995.

Direct aanmelden

Hieronder vind je een overzicht van onze groepslocaties.
Zoek jouw dichtsbijzijnde locatie en meld je vrijblijvend aan voor een intakegesprek.

Zwolle
06 27147085 (Johan)
Venlo
06 141 480 26 (Tom)
Utrecht
06 245 599 34 (Marco)
Rotterdam
06 218 851 99 (Henk)
Oss
06 36 00 13 04 (Marcel)
Nijmegen
06 147 474 75 (Gert)
Leeuwarden
06 202 919 30 (Johan)
Kerkrade
06 270 423 04 (Lia)
Haarlem
06 435 600 60 (Wouter) / 06 109 371 68 (Christiaan)
Groningen
06 202 919 30 (Johan)
Eindhoven
06 18744996 (Rian) & 06 141 480 26 (Tom)
Den Haag
06 142 935 30 (Chris), 06 283 355 48 (Antoon), 06 518 131 92 (Rob)
Breda
06 222 00 315 (Jac)
Arnhem
06 19 19 50 65 (Feite)
Amsterdam
06 110 938 96 (Raymond)
Alkmaar
06 152 275 20 (Raymond)
Almere
06 166 268 78 (Dick)