Zelfhulp voor de omgeving

Zelfhulp en lotgenotencontact voor mensen uit de omgeving van een gokverslaafde

Onvermijdelijke betrokkenheid

Sommige mensen krijgen problemen met gokken omdat ze zelf teveel gokken. Andere mensen krijgen ook problemen met gokken, hoewel ze zelf niet teveel gokken.

Het zijn de mensen die leven in de directe omgeving van een gokverslaafde. Ze zijn zelf niet verslaafd aan gokken, maar leven wél in de ban ervan. Evenals de gokverslaafde zijn zij hun eigen vrijheid kwijt. Je zou haast kunnen zeggen ‘verslaafd aan de gokverslaafde’.

Daarom noemen ze in Amerika alcoholisme een ‘family disease’: een gezinsziekte. Hiermee bedoelen ze een groep mensen van wie er één verslaafd is aan drank; de rest is verslaafd aan de drinker. Het betreft allemaal mensen die hun vrijheid hebben verloren aan iets of iemand buiten henzelf, die gevangen zijn in een patroon van dwangmatig handelen, van onderlinge afhankelijkheid.

Mensen rondom een verslaafde zijn vaak uit bijzonder hout gesneden als zij het in die situatie uithouden. Als je in de nabijheid van een verslaafde leeft, leid je over het algemeen een leven vol woede, frustratie, zelfmedelijden en depressie.

Sommige mensen stappen gewoon op. Zij weigeren het dwangmatig gedrag van de verslaafde te aanvaarden, zij ondernemen geen zinloze pogingen dat gedrag te veranderen en verdwijnen.

Anderen – bijvoorbeeld partners, ouders en kinderen van de verslaafde – kunnen zich niet of nauwelijks aan de knellende banden van onderlinge onvrijheid en afhankelijk onttrekken. Dikwijls blijft het bij een vruchteloos proberen om het gedrag van de ander, de verslaafde, te veranderen. Soms worden trucs gebruikt die weer averechtse reacties uitlokken.

De partner van een verslaafde, maar ook anderen die in zijn directe omgeving leven, hebben vaak het gevoel dat het leven onrechtvaardig is, dat ze nooit om het verslavingsprobleem van de ander hebben gevraagd en dat ze er tegen wil en dank bij betrokken zijn geraakt.

Het van dichtbij meemaken van een verslavingsgeschiedenis is afschuwelijk. Het is een dikwijls jaren durende marteling, waarbij je hele leven tenslotte kan instorten. Het leidt tot een bestaan van zorgen en verwijten, afgewisseld met een gevoel van machteloosheid vanwege het steeds duidelijker wordende inzicht dat je geen (positieve) invloed op de ander kunt uitoefenen. Het is een beklemmende ervaring te weten dat je alle twee in onvrijheid leeft, terwijl je daar niets tegen kunt doen.

Hulp door zelfhulp

Partners of ouders die, vaak onbewust, tot de ontdekking komen volstrekt machteloos te staan ten opzichte van het verslavingsprobleem van de ander, voelen zich in het algemeen vaak jarenlang geïsoleerd. Zij verlangen dat er aan hun onleefbare situatie een eind komt, zonder te weten hoe dat voor elkaar te krijgen.

Toch is één initiatief mogelijk. Zonder dat je anderen, onder wie de verslaafde zelf, lastig hoeft te vallen. Het gaat er om dat je je eigen situatie onder ogen leert zien en, door een systematische aanpak, jezelf sterker maakt. Zodat je op den duur de mogelijkheid krijgt jezelf te bevrijden uit je afhankelijkheid. Door het hervinden van je eigen zelfstandigheid kun je in een volgend stadium, soms voor het eerst van je leven, leren eigen beslissingen te nemen in plaats van alles af te stemmen op de gevoelens van ‘de ander’.

In dit stadium van heroriëntatie en verandering van je leven, kan een zelfhulpgroep een belangrijke steun zijn. In de groep word je vaak voor het eerst aangesproken op een titel die soms heel onverwacht is.

De reacties laten zich raden: “Hij gokt, niet ik.”; “Als ouder van een druggebruiker ben ik toch niet het probleem?”; “Ik ben toch niet verslaafd aan de alcohol?”. Maar al gauw wordt het duidelijk dat zo’n diep ingrijpend probleem van iemand die heel dicht bij je staat, van grote invloed is op je eigen leven.

Als je je dat niet bewust was, kun je lange tijd zijn meegesleept, waardoor je voor jezelf en je omgeving geen steun meer kon zijn, maar een last werd. Ook kan het dan voor de verslaafde verleidelijk zijn om op je te parasiteren. Dit proces is beschreven in het boek ‘De moeder van David S.’ van Yvonne Keuls.

In de veilige beslotenheid van een groep werken de deelnemers aan de oplossing van hun eigen probleem en dat is in het wezen het doorbreken van hun eigen onvrijheid: het ontwikkelen van hun eigen zelfstandigheid en het ontwerpen van een eigen nieuw levensprogramma. Waarbij het vaak de vraag is in hoeverre de ‘ander’ daar in de toekomst nog in past. Als je de stap zet om naar zo’n groep te gaan, dan kán dat het begin betekenen van ingrijpende veranderingen in je leven. Waarschijnlijk zal je jezelf en je contacten met mensen gaan herwaarderen. Niet zelden besluiten mensen op den duur hun relatie totaal te veranderen of elkaar ruimte te geven een eigen bestaan op te bouwen.

Pogingen om je eigen leven te veranderen slagen altijd, maar je moet er wel geduld voor opbrengen. Zo’n operatie kost tijd. Maar het is mogelijk. Als je dicht bij een verslaafde leeft, heb je meestal al lange tijd verschillende pogingen ondernomen. Vruchteloos heb je in je eentje geopereerd. Vriendelijk vragen, smeken, vloeken. Je wilde hem of haar zo intens graag veranderen; zodat hij weer zou worden als vroeger, weer zou doen wat hij beloofde, maar het resultaat was meestal precies het tegenovergestelde.

Er zijn nogal wat mensen die menen dat je je in zo’n situatie helemaal tot jezelf moet beperken. Je eigen overleven. En daarmee basta. Daarachter schuilt de gedachte dat zo’n houding voor alle betrokkenen bevrijdend werkt. Voor de verslaafde, die eigenlijk uit de rol van de beschuldigde kan stappen. Maar natuurlijk ook voor jezelf. Afrekenen met schuldgevoelens (die een verslaafde je niet zelden probeert aan te praten). Voorkomen dat de ander met zijn probleem greep op je houdt. Je niet meer laten meesleuren, al bestaat soms bij de ander de destructieve neiging je mee naar beneden te trekken. De goede houding ten opzichte van de ander te vinden. Het (weer) leren leiden van een eigen leven terwijl je toch trouw blijft aan de ander.

De OG van de AGOG

De AGOG bestaat uit zelfhulpgroepen voor Anonieme Gokkers en Omgeving Gokkers, voor mensen die willen leren leven met de gokverslaving van iemand die hen lief is zonder er daarbij zelf aan onderdoor te gaan. Nieuwe deelnemers aan de AG-groep wordt altijd op de mogelijkheden gewezen om naar de OG-groep te komen. Beide groepsavonden vinden gelijktijdig plaats, in aparte ruimtes. Door samen naar de AGOG te gaan (maar dan wel in verschillende groepen), ondersteunt de omgeving de gokverslaafde bij het gokvrij worden. Daarnaast zijn de OG-bijeenkomsten bedoeld ter ondersteuning van de OG-er zelf.

Deelnemers aan de AG-groepen zijn niet verplicht om iemand uit de omgeving mee te nemen naar de AGOG. AG-er of OG-er kunnen ook onafhankelijk van elkaar de groepsleden bezoeken. Toch hebben de meeste afdelingen de ervaring dat de kans op succes sterk wordt vergroot wanneer AG-er en OG-er samen naar de AGOG gaan, waar ze ieder in hun eigen groep gaan zitten om daarna samen weer naar huis te gaan.

Een AGOG-bestuurslid aan het woord:

“Dat is denk ik ook de kracht van de AGOG, dat ze het samen doen. Vergeleken met de AA en de groepen voor de omgeving, Al-Anon en Alateen die apart bijeenkomen, zit het bij ons allemaal bij elkaar. Ik hoorde laatst een vrouw van de Al-Anon zeggen: ‘Ja, ik ben lid van Al-Anon en mijn man zuipt gewoon door’. Dat zie je hier bij de AGOG weinig. Je kunt het toch het beste zoveel mogelijk samen doen. Daarmee kun je ook stimuleren dat buiten de groepen – in dat gezin, in die relatie – de gokverslaafde en iemand uit zijn omgeving meer begrip voor elkaar krijgen en elkaar steunen. Want het is heel lastig om in je eentje van een verslaving af te komen. En daarbij komt dat ook die ouders of die partner overeind moeten blijven. Het gebeurt heel snel dat zij zeggen: ‘Oh, het is mijn schuld, had ik maar zus of zo’, maar dat leren ze dan af. Dat het niet aan hen te wijten is, dat niemand daar schuld aan heeft, maar dat je er samen probeert uit te komen. Het is natuurlijk een dal waar mensen doorheen gaan, maar als je daar samen met anderen uit kunt klauteren, dan kom je daar sterker uit. En dat vind ik dus één van de dingen waardoor de AGOG de AGOG is en niet de AG en OG”.

Uit een partnergroep:

De Werkgroep Buitenveldert is een zelfhulpgroep voor mensen met verslavingsproblemen. Ook zij kennen een partnergroep. Van deze partnergroep komt het onderstaande.

“Het lukt niet. Hij heeft al zo vaak geprobeerd te stoppen. En ik heb alles gedaan om hem daarin te steunen. Het gaat een paar weken goed, maar dan is het weer mis. Ik red het niet meer. Iedere keer als hij stopte en beloofde dat hij écht nooit meer zou drinken, geloofde ik het en dat liet ik ook merken. Maar hij viel telkens weer terug. En nu geloof ík het niet meer. Dat straal ik uit, zegt hij, en daardoor verliest hij de moed om vol te houden. We zitten in een spiraal naar beneden. Wat moet ik doen? Wat kan ik nog doen? Ik hou van hem; als hij niet drinkt, is het een schat van een man. En dan leef ik op. Maar als het telkens weer misloopt, je ziet geen verbetering en je voelt dat je eigen leven een puinhoop wordt, dan ga je denken: ik hou er mee op, ik ga bij hem weg. Maar terwijl je dat denkt, voel je de schuldgevoelens al opkomen. Want je laat hem in de steek…”

Hoe vaak horen we zulke wanhoopsverhalen? En herkennen er iets of veel in van wat we zelf beleven of beleefd hebben?

Bijna alle partners van verslaafden hebben dit soort situaties meegemaakt. Velen hebben inderdaad hun relatie verbroken, om het eigen vege lijf te redden. Anderen kwamen niet verder dan de ellende te blijven verdragen, alleen nog hopend op betere tijden. Natuurlijk is in beide gevallen geen sprake van een oplossing van het probleem. Veel mensen zeggen dat het probleem niet op te lossen is.

Maar je kunt er wél, samen met je partner, goed mee leren leven door anders te gaan leven. Voor hoe je dit moet doen, is geen standaardrecept te geven. Iedere situatie is immers anders. Iedere situatie vraag om een eigen aanpak.

Er is echter wel een aantal zaken die voor alle situaties gelden, voor de ene wat meer, voor de andere wat minder.

Verantwoordelijk voor je eigen leven

Om te beginnen: Ieder mens is in de eerste plaats verantwoordelijk voor zijn eigen leven. Dat geldt ook onverkort voor de verslaafde en daar moet hij op worden aangesproken. En dat betekent dat we niet moeten accepteren dat hij de ‘oorzaak’ van zijn verslaving buiten zichzelf zoekt of dat hij jou, je partner, de schuld geeft van het feit dat hij blijft drinken, gokken of terugvalt, dat je hem niet genoeg steunt enzovoorts. Het betekent ook dat alleen hij het besluit kan nemen om te stoppen. En hij er alleen verantwoordelijk voor is om dit besluit ook uit te voeren. Ook betekent het dat jij hem daar in wezen niet bij kunt helpen.

Een OG-er aan het woord:

“Vanaf het moment dat een AG-er bij de AGOG komt, gaat het alleen nog maar beter met hem of haar”.

“Zodra een OG-er bij de AGOG komt, moet de ellende eigenlijk nog beginnen. Bij de OG-er gaat het eerst bergafwaarts. Het is een ongelijk proces, ook al doe je het samen”.

“Het gaat hier om het respecteren, dat is het onaangetast laten, van zijn persoon, dus ook van zijn vrijheid om zijn leven weer in de hand te krijgen of het naar de verdommenis te helpen”.

En dat geldt ook voor onszelf. Wat ook óns leven is uit de hand gelopen. Het is niet alleen het probleem van de verslaafde. Wij zijn daarin verwikkeld, al was het alleen maar om dat wij ons door hem hebben laten manipuleren, ons leven hebben laten bepalen door zijn gedrag. Dat houdt in dat wij er aan meewerken dat het gedrag blijft voortbestaan omdat we hem niet terugwijzen naar zijn verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven, maar we die verantwoordelijkheid als het ware overnemen. Misschien omdat we verslaafd zijn aan zijn verslaving?

Maar als we dat “verslaafd zijn” nu een halt toeroepen – en dat is al heel erg moeilijk – als we hem voor zichzelf verantwoordelijk stellen en hij accepteert dat, maar het ‘werkt’ niet: hij probeert het wel, maar valt weer terug, wat doe je dan? Het ligt dan voor de hand dat je gaat uitzoeken zijn besluit om te stoppen helemaal oprecht is. Dat wil zeggen dat hij het besluit nam met het doel zijn leven anders in te richten en zelf te sturen. En dat hij het besluit niet nam om – al dan niet onder druk – jou en zijn familie of vrienden tevreden en gerust te stellen. Want in dit geval lukt het beslist niet. Omdat hij dan kennelijk niet inziet dat het om zijn leven gaat, dat híj in gevaar is. En dat door het gerieven van jou en anderen dit gevaar in geen enkel opzicht minder wordt.

Maar als zijn besluit om te stoppen wél grondig overwogen en genomen is, en jij de steun geeft die je geven kunt, dan nog is terugval niet uitgesloten, zelfs herhaalde terugval niet.

Het heeft meestal jaren geduurd voordat zijn verslaving zo destructief is geworden. En in die jaren heeft de verslaving een eigen wezenlijke functie in zijn leven gekregen. Het is dus ‘logisch’ dat het een zwaar en langdurig karwei is om de verslaving stil te leggen en het leven anders te gaan leven.

Terugval is daarbij bijna ‘normaal’. We hoeven dan als partner – al schrikken we ons rot – niet in paniek te raken. Zeker niet als hij er zelf weer tegenaan gaat. “Het is veel verwonderlijker dat iemand voorgoed stopt, dan dat hij terugvalt” (zei iemand die al lang gestopt is uit de verslaafdengroep).

Als het besluit van de partner werkelijk oprecht is en hij, na terugval, de moed niet opgeeft, dan is het voor ons zaak dat ook niet te doen. De moed erin houden is een niet geringe steun voor onze partner. En voor onszelf.

Tips voor iemand uit de omgeving van een verslaafde:

De Landelijke Stichting Ouders en Familieleden van Drugsverslaafden heeft de onderstaande tips geformuleerd die voor iedereen die in de nabijheid van een verslaafde leeft, bruikbaar kunnen zijn:

Niemand kan een verslaafde dwingen tot een ander, ‘gezonder’ inzicht. Probeer hem niet van je ideeën te overtuigen, maar maak duidelijk wat je eigen opvattingen zijn;
Het gedrag en daarmee de normen van de verslaafde zijn veranderd door zijn verslaving. De verslaafde leeft als het ware in een andere realiteit. Besef dat goed, maar ga daar niet in mee en accepteer dat gedrag ook niet als normaal gedrag;
Doe vooral niets voor de verslaafde wat hij zelf kan doen en richt je vooral op jouw eigen bezigheden;
Zoek niet naar aanwijzingen van mogelijk gokgedrag. Je verhindert dat gedrag daar niet mee, maar je roept wel nieuwe spanningen en nog meer wederzijds wantrouwen op;
Denk niet steeds aan de schuldvraag of de ‘schande’, maar maak je zo sterk mogelijk voor de dag van vandaag;
Probeer in het gezin op één gedragslijn tegenover de verslaafde te komen en maak daarover duidelijke afspraken.
Robin Norwood beschrijft in haar boek “Als hij maar gelukkig is” het patroon van gevoelens en gedachten die vrouwen hebben die te veel in de liefde investeren. Verslaving en zelfhulp spelen een belangrijke rol in dit boek.

Volgens Norwood is het niet de ernst van de problemen die bepaalt of je wel of niet zult ‘herstellen’. Het is een eigen keuze: je kunt er voor kiezen je (weer) op je eigen leven te gaan richten, en dat niet (langer) te laten bepalen door een (gokkende of drinkende) partner. Norwood heeft gezien dat de vrouwen die ‘herstellen’ uiteindelijk zelf bepaalde stappen hebben ondernomen om dat herstel op gang te brengen. Volgens haar zullen vrouwen die deze stappen doen, herstellen. De stappen zijn eenvoudig te begrijpen, maar niet gemakkelijk om uit te voeren.

De stappen zijn allemaal even belangrijk:

  • Zoek hulp; dit kan hulp van beroepshulpverleners of zelfhulp zijn;
  • Geef je eigen herstel de hoogste prioriteit in je leven;
  • Zoek een zelfhulpgroep van lotgenoten die je begrijpen;
  • Ontwikkel je spiritualiteit door dagelijkse oefening;
  • Houd er mee op om het leven van anderen te willen inrichten;
  • Leer niet in ‘spelletjes’ betrokken te raken;
  • Zie je eigen problemen en tekortkomingen moedig onder ogen;
  • Werk aan de dingen in je die verder ontwikkeld moeten worden;
  • Word op jezelf gericht;
  • Deel je ervaringen en datgene wat je hebt geleerd met anderen.

Een moeder aan het woord:

“Het gaat niet goed met me, het gaat niet goed met hem, mijn zoon van twintig jaar. De hele dag moet ik steeds aan hem denken. Wat zou er toch met hem zijn, het lijkt wel of hij mij ontwijkt. Al mijn energie gaat in hem op, waardoor ik mijn andere kinderen helemaal tekort doe. Ik voel de spanning als we gezamenlijk aan tafel zitten voor het eten of zo maar een film kijken, die geheel langs me heen gaat. Aan het huishouden kom ik al helemaal niet toe. Ik ben zo in de war. Hij zuigt me langzaam leeg. Ik ben zo ontzettend moe.

Ik vraag me af wat er toch is. Wat geeft mij het gevoel dat er iets niet goed is. Is het dat moederinstinct? Ik probeer het op een rijtje te zetten. Er komt van alles in me op.

Als hij maar niet aan de drugs is. Ik krijg het Spaans benauwd. Nee, stel ik me gerust, dat had ik aan zijn ogen kunnen zien. Zijn ogen, o jee, die heb ik al maanden niet gezien.

Zou hij de echtscheiding nog niet verwerkt hebben? Mist hij zijn vader, het andere huis misschien, of toch problemen hebben op school? Drugs, nee dat doet hij niet. Ik ken mijn eigen zoon toch wel?

Zo vaak heb ik geprobeerd om een goed gesprek met hem te voeren. Zo vaak heb ik gezegd: “Jongen, hoe komt het dat je zo weinig spaart, eigenlijk niets meer spaart, waar geef je dat toch allemaal aan uit?” Maar ja, ik dat mens dat niet mee gaat met de tijd, ik ben maar een zeur. Ik hoor zijn woorden nog door mijn hoofd razen. Ik ben een zeur!

Hardop loop ik tegen mezelf te praten: rustig nu maar, rustig!

Rustig? Niks rustig?! Ik maak me zorgen om dat klere jong. Wat kan er toch zijn?

Zou hij dan toch nog problemen hebben met z’n puberteit. Hij is weliswaar twintig, maar ja, bij de één is dat sneller achter de rug dan bij de ander. Hij reageert zo vaak nog zo kinderachtig, zo onvolwassen. Zou hij misschien seksuele problemen hebben, kampt hij misschien met zijn eigen seksuele identiteit. Ik heb toch altijd getracht een zo vrij mogelijke opvoeding te geven. Als mijn kinderen uit school kwamen met vooroordelen, ben ik er altijd op ingesprongen. Alles is altijd bespreekbaar geweest zoals godsdienst, seksualiteit, discriminatie, criminaliteit, drugs, alcohol, enzovoorts, toch alles? Of heb ik nu iets vergeten? Nee, volgens mij niet.

Er passeren in gedachten allerlei situaties die wat vreemd waren de afgelopen tijd. Het laat thuiskomen en zijn verhalen. De trein gemist, vertragingen, de bus gemist, bijles gehad op school, met vrienden staan te kletsen, horloge vergeten, even langs een vriend geweest, in de stad naar een cd staan luisteren, bij zijn vader langs geweest, lekke fietsband, fietssleutel verloren, fiets gestolen, geld verloren, vroeger thuis vanwege lesuitval, later naar school vanwege ziekte docent, helemaal niet naar school vanwege vergaderingen, enzovoorts, enzovoorts.

Dan de situatie thuis, die is ook ontzettend veranderd. De jongste van veertien jaar die echt in zijn puberteit zit, krijgt het flink voor zijn kiezen. Constant wordt hij aangevallen, op zijn houding, zijn woorden, op zijn kleding, ja zelfs op zijn haar! Als die twee bij elkaar zitten, ontstaan er altijd woordenwisselingen die regelmatig uitlopen op een fikse ruzie. Als ik me er dan mee bemoei, is het hek echt van de dam. Maar ja, wat moet ik? Ik wil helemaal geen ruzie. Het irriteert me mateloos, dat gedrag van hem. Zodra ik mijn mond opendoe en tussenbeiden wil komen, ben ik ineens weer die trappaal.

Hij vlucht steeds naar boven, ligt uren op z’n bed tv te kijken, eet maar half, als ik antwoord op een vraag krijg, is dat steeds snauwerig, reageert ontzettend nors. Informeer ik naar zijn vrienden, naar school, dan bemoei ik me met zijn leven en wordt hij nijdig. Wat zou er toch zijn?

Onmiddellijk krijg ik steken in mijn borst en barst van de koppijn. Ik twijfel, ben bang, verward en ontzettend moe. Denken, zoeken naar het waarom.

De huisarts heeft me ook al niet kunnen helpen. Ja, het zijn spanningen in het gezin. Problemen met mijn zoon, och dat gaat vanzelf wel weg, het schijnt de jeugd van tegenwoordig te zijn. Ze hebben het tenslotte ook niet gemakkelijk in deze maatschappij.

En ik dan? Moeders slaan zich overal doorheen, met wat zenuwtabletten ziet alles er zonniger uit. Dus niet!

Ik loop zo al maanden door te sukkelen en ben alleen maar ontzettend moe!

Ik durf er met mijn vrienden niet over te praten. Wat moet ik ze vertellen? Dat hij zo moeilijk is de laatste tijd? Als ik ze dan vertel dat ik zo vaak een grote mond krijg, halve antwoorden krijg, zijn kamer een puinhoop is, het op school niet best wil lukken, constant met de jongste in gevecht gaat, thuis niets uitvoert, dan weet ik al wat ik voor antwoorden kan verwachten. Natuurlijk zijn leeftijd weer, of dat ik maar eens harder op moet treden. Maar ik ben zo ontzettend moe! Ik wil hem trouwens niet afvallen, als hij zou vermoeden dat ik er met iemand over zou praten, breekt de hel los want dan ben ik weer die zeur.

Maar ik stik, stik langzaam in mijn eigen gedachten.

Vele maanden later weet ik wat me al die tijd heeft bezig gehouden.

Vele maanden later weet ik wat hém al die tijd heeft bezig gehouden!

Mijn zoon is gokverslaafd!

Het is iets onmogelijks. Het is iets onaantastbaars. Ik kan het niet begrijpen. Ik kan het niet aan hem zien! Mijn eigen kind, een gokverslaafde? En ik dacht dat ik hem als enigste zo goed kende? Aan alles heb ik gedacht, maar dit woord is nooit in mijn woordenboek voorgekomen. Ik sla lam van ellende, mijn hoofd slaat op tilt.

Ik heb zoveel vragen. Vragen hoe lang hij gokt, waar, hoeveel en waarom. Ik voel zoveel pijn, het vertrouwen ben ik kwijt, hij heeft mijn hart gebroken. Zoveel verdriet, mijn ogen zijn steeds rood van het huilen. Ik ben bang. Bang om het aan familie en vrienden te vertellen. Alles loopt door elkaar heen. Mijn gevoelens rennen van schaamte naar angst, van vechten naar onmacht. Ja, alles is me nu teveel.

Mijn leven staat op z’n kop. Wat moet ik toch beginnen?

Alles flitst door m’n hoofd. Wat moet ik nu nog geloven. Iedere situatie, ieder verhaal, elk woord trek ik nu in twijfel. Mijn eigen kind, ik vertrouw hem voor geen cent! Alles wat hij heeft beloofd, is hij nooit nagekomen. Wat is er nog waar?

Het enige wat nog waar is, is dat hij mijn zoon is.

Het enige wat ik nog voel, is dat ik doodop ben.

Een vriendin aan het woord:

“Toen ik mijn vriend leerde kennen, speelde hij wel eens aan de fruitautomaten die in het café stonden waar ik destijds werkte. Het viel me eigenlijk niet op dat hij gokte, want ik speelde zelf ook wel eens aan zo’n automaat.

Later gebruikte hij dit ook tegen mij. Ik was degene die ervoor had gezorgd dat hij verslaafd was geworden. Ik snapte er niets van. Ik kon gewoon stoppen, maar waarom hij niet? Ik voelde me lang schuldig dat hij door mij was gaan gokken. Later besefte ik pas dat ik niet schuldig was aan zijn verslaving.

In de loop van de tijd kreeg ik in de gaten dat mijn vriend meer gokte dan de andere gasten en ook dat hij al het geld vergokte dat hij bij zich had. Uren kon hij achter die kast blijven staan. Maar ja, je weet hoe dat gaat in het begin van prille liefde. Ik was verliefd en hartstikke blind.

Vaak zocht ik naar verzachtende omstandigheden en warempel: ik vond ze ook. Als ik niet meer in het café zou werken, zou mijn vriend ook niet meer gokken. Als we eenmaal zouden samenwonen, dan waren we ook gezellig samen thuis. Nu moest ik steeds werken in de avonduren en ging hij maar uit verveling achter die kast hangen. Ik kende hem nog niet zo goed en vond dat ik er dan ook nog niets van kon zeggen.

Na een tijdje gingen we samenwonen en toen veranderde alles. We kwamen steeds meer geld tekort. Als ik dan aan hem vroeg waar al dat geld was gebleven, dan moest hij nog geld aan iemand terugbetalen, of hij was op stap geweest en dat had veel geld gekost. Als ik probeerde er dieper op in te gaan door te vragen aan wie hij dan nog geld moest terugbetalen en waar hij dan was geweest, werd hij ontzettend kwaad. Hij was toch geen klein kind meer!

Hij vroeg me vaak genoeg of ik hem niet vertrouwde met al mijn eindeloze vragen. Natuurlijk vertrouwde ik hem, ik hield tenslotte van hem. Maar iets broeide er in mijn lijf.

Ik voelde dat we uit elkaar groeiden. Hij werkte overdag en ik deed de huishouding. De avonden waren voor ons, tenminste dat was in het begin en zo had ik me dat altijd voorgesteld. Maar de avonden werden steeds meer van hem alleen. Hij ging praktisch iedere avond weg. Ik voelde me alleen, ontzettend alleen.

Onze nachten waren ook niet meer de nachten die ik me altijd had voorgesteld. Er was geen arm meer die me warm omarmde, er was geen borst meer waarop ik in slaap kon vallen, er waren geen lippen meer die mijn lichaam zochten.

In die tijd besefte ik steeds meer dat mijn vriend een probleem had. Ik verzamelde mijn energie en ben er met hem over gaan praten. Heel rustig. Na veel heen-en-weer gepraat gaf hij toe dat hij weer gokte en beloofde hij mij te stoppen. Ik was erg blij, want ik had het volste vertrouwen in hem.

Voor mijn gevoel ging het even goed. Mijn vriend ging nog wel vaak alleen weg. Als ik dan vroeg waar hij geweest was, kreeg ik allerlei verhalen te horen. Hij moest naar de voetbalclub, dan weer een wedstrijd kijken van een andere club, even met een vriend weg die hulp nodig had of even met een ander een pilsje drinken want het was zo lang geleden dat hij die gezien had.

Hoewel hij me nooit aankeek tijdens deze gesprekken, geloofde ik hem. Hij had toch beloofd om niet meer te gokken?

Als ik alleen was en me weer niet lekker voelde, kwamen er allerlei dingen in me op. Vaak dacht ik dat hij een andere vriendin had, dat hij niet meer van me hield.

Bij toeval kwam ik er achter dat hij weer gegokt had. Wederom beloofde hij mij dat hij niet meer zou gokken.

Mijn vertrouwen zakte steeds verder weg. Ik wilde zo graag geloven dat hij niet meer zou gokken, dat hij van mij hield, mij niet kwijt wilde en dus ook niet zou gokken. Ik voelde me machteloos. Wanneer ik hem aansprak over zijn gokprobleem, ontstond er telkens ruzie. Ik probeerde de gesprekken de ene keer rustig te voeren, de andere keer hard. Ik dreigde zelfs dat ik bij hem weg zou gaan. Het leek wel of niets meer hielp. Steeds viel hij terug op die rotkasten. Iedere keer opnieuw kwam ik er achter dat hij gokte. Iedere keer beloofde hij mij weer dat hij zou stoppen. Met tranen in z’n ogen zei hij me: “Ik doe het niet meer.”

Ik begon te beseffen dat er iets in me veranderde. Zijn tranen lieten me koud, ik geloofde hem niet meer. Ik was compleet overstuur van mijn eigen reactie. Hield ik nog wel van hem? Ik werd heen en weer geslingerd tussen al mijn tegenstrijdige gevoelens. Ik zag in dat ik zo nooit een eigen toekomst kon opbouwen, maar meteen kwam in me op dat ik hem niet kwijt wilde. Ik wilde hem niet kwijt, maar hield ik nog wel van hem, van zijn armen, zijn borst, zijn lippen? Ik rilde als hij te dicht bij me in de buurt kwam. Hoe kon ik nog samen met hem in een bed kruipen, hij die mij bedrogen had! Waren al zijn liefkozende woorden wel waarheid geweest, had hij me daarin soms ook bedrogen? Als zijn verhalen verzonnen waren, enkel maar smoesjes waren, wat was er dan nog wel waar?

Ik leefde met veel verdriet, leugens, beloften, geldproblemen, van de ene dag op de andere. Mijn toekomst, mijn beeld van samenwonen en houden van, was compleet verloren. Ik kón niet meer. Onze relatie, de man waar ik zoveel van hield, raakte ik kwijt aan een fruitautomaat. Hoe kan een gokkast in godsnaam zijn liefde winnen? Hoe kon zo’n automaat hem meer bieden dan ik? Ik was er kapot van. Dat gevoel vergeet ik nooit meer.

Door kennissen hebben we uiteindelijk hulp gevonden. Gelukkig zie ik nu weer toekomst in onze relatie.”

Zelfhulp voor mensen uit de omgeving van een gokverslaafde. Onvermijdelijke betrokkenheid.

Sommige mensen krijgen problemen met gokken omdat ze zelf teveel gokken. Andere mensen krijgen ook problemen met gokken, hoewel ze zelf niet teveel gokken.

Het zijn de mensen die leven in de directe omgeving van een gokverslaafde. Ze zijn zelf niet verslaafd aan gokken, maar leven wél in de ban ervan. Evenals de gokverslaafde zijn zij hun eigen vrijheid kwijt. Je zou haast kunnen zeggen ‘verslaafd aan de gokverslaafde’.

Daarom noemen ze in Amerika alcoholisme een ‘family disease’: een gezinsziekte. Hiermee bedoelen ze een groep mensen van wie er één verslaafd is aan drank; de rest is verslaafd aan de drinker. Het betreft allemaal mensen die hun vrijheid hebben verloren aan iets of iemand buiten henzelf, die gevangen zijn in een patroon van dwangmatig handelen, van onderlinge afhankelijkheid.

Mensen rondom een verslaafde zijn vaak uit bijzonder hout gesneden als zij het in die situatie uithouden. Als je in de nabijheid van een verslaafde leeft, leid je over het algemeen een leven vol woede, frustratie, zelfmedelijden en depressie.

Sommige mensen stappen gewoon op. Zij weigeren het dwangmatig gedrag van de verslaafde te aanvaarden, zij ondernemen geen zinloze pogingen dat gedrag te veranderen en verdwijnen.

Anderen – bijvoorbeeld partners, ouders en kinderen van de verslaafde – kunnen zich niet of nauwelijks aan de knellende banden van onderlinge onvrijheid en afhankelijk onttrekken. Dikwijls blijft het bij een vruchteloos proberen om het gedrag van de ander, de verslaafde, te veranderen. Soms worden trucs gebruikt die weer averechtse reacties uitlokken.

De partner van een verslaafde, maar ook anderen die in zijn directe omgeving leven, hebben vaak het gevoel dat het leven onrechtvaardig is, dat ze nooit om het verslavingsprobleem van de ander hebben gevraagd en dat ze er tegen wil en dank bij betrokken zijn geraakt.

Het van dichtbij meemaken van een verslavingsgeschiedenis is afschuwelijk. Het is een dikwijls jaren durende marteling, waarbij je hele leven tenslotte kan instorten. Het leidt tot een bestaan van zorgen en verwijten, afgewisseld met een gevoel van machteloosheid vanwege het steeds duidelijker wordende inzicht dat je geen (positieve) invloed op de ander kunt uitoefenen. Het is een beklemmende ervaring te weten dat je alle twee in onvrijheid leeft, terwijl je daar niets tegen kunt doen.

Hulp door zelfhulp

Partners of ouders die, vaak onbewust, tot de ontdekking komen volstrekt machteloos te staan ten opzichte van het verslavingsprobleem van de ander, voelen zich in het algemeen vaak jarenlang geïsoleerd. Zij verlangen dat er aan hun onleefbare situatie een eind komt, zonder te weten hoe dat voor elkaar te krijgen.

Toch is één initiatief mogelijk. Zonder dat je anderen, onder wie de verslaafde zelf, lastig hoeft te vallen. Het gaat er om dat je je eigen situatie onder ogen leert zien en, door een systematische aanpak, jezelf sterker maakt. Zodat je op den duur de mogelijkheid krijgt jezelf te bevrijden uit je afhankelijkheid. Door het hervinden van je eigen zelfstandigheid kun je in een volgend stadium, soms voor het eerst van je leven, leren eigen beslissingen te nemen in plaats van alles af te stemmen op de gevoelens van ‘de ander’.

In dit stadium van heroriëntatie en verandering van je leven, kan een zelfhulpgroep een belangrijke steun zijn. In de groep word je vaak voor het eerst aangesproken op een titel die soms heel onverwacht is.

De reacties laten zich raden: “Hij gokt, niet ik”; “Als ouder van een druggebruiker ben ik toch niet het probleem?” “Ik ben toch niet verslaafd aan de alcohol?” Maar al gauw wordt het duidelijk dat zo’n diep ingrijpend probleem van iemand die heel dicht bij je staat, van grote invloed is op je eigen leven.

Als je je dat niet bewust was, kun je lange tijd zijn meegesleept, waardoor je voor jezelf en je omgeving geen steun meer kon zijn, maar een last werd. Ook kan het dan voor de verslaafde verleidelijk zijn om op je te parasiteren. Dit proces is beschreven in het boek ‘De moeder van David S.’ van Yvonne Keuls.

In de veilige beslotenheid van een groep werken de deelnemers aan de oplossing van hun eigen probleem en dat is in het wezen het doorbreken van hun eigen onvrijheid: het ontwikkelen van hun eigen zelfstandigheid en het ontwerpen van een eigen nieuw levensprogramma. Waarbij het vaak de vraag is in hoeverre de ‘ander’ daar in de toekomst nog in past. Als je de stap zet om naar zo’n groep te gaan, dan kán dat het begin betekenen van ingrijpende veranderingen in je leven. Waarschijnlijk zal je jezelf en je contacten met mensen gaan herwaarderen. Niet zelden besluiten mensen op den duur hun relatie totaal te veranderen of elkaar ruimte te geven een eigen bestaan op te bouwen.

Pogingen om je eigen leven te veranderen slagen altijd, maar je moet er wel geduld voor opbrengen. Zo’n operatie kost tijd. Maar het is mogelijk. Als je dicht bij een verslaafde leeft, heb je meestal al lange tijd verschillende pogingen ondernomen. Vruchteloos heb je in je eentje geopereerd. Vriendelijk vragen, smeken, vloeken. Je wilde hem of haar zo intens graag veranderen; zodat hij weer zou worden als vroeger, weer zou doen wat hij beloofde, maar het resultaat was meestal precies het tegenovergestelde.

Er zijn nogal wat mensen die menen dat je je in zo’n situatie helemaal tot jezelf moet beperken. Je eigen overleven. En daarmee basta. Daarachter schuilt de gedachte dat zo’n houding voor alle betrokkenen bevrijdend werkt. Voor de verslaafde, die eigenlijk uit de rol van de beschuldigde kan stappen. Maar natuurlijk ook voor jezelf. Afrekenen met schuldgevoelens (die een verslaafde je niet zelden probeert aan te praten). Voorkomen dat de ander met zijn probleem greep op je houdt. Je niet meer laten meesleuren, al bestaat soms bij de ander de destructieve neiging je mee naar beneden te trekken. De goede houding ten opzichte van de ander te vinden. Het (weer) leren leiden van een eigen leven terwijl je toch trouw blijft aan de ander.

De OG van de AGOG

De AGOG bestaat uit zelfhulpgroepen voor Anonieme Gokkers en Omgeving Gokkers, voor mensen die willen leren leven met de gokverslaving van iemand die hen lief is zonder er daarbij zelf aan onderdoor te gaan. Nieuwe deelnemers aan de AG-groep wordt altijd op de mogelijkheden gewezen om naar de OG-groep te komen. Beide groepsavonden vinden gelijktijdig plaats, in aparte ruimtes. Door samen naar de AGOG te gaan (maar dan wel in verschillende groepen), ondersteunt de omgeving de gokverslaafde bij het gokvrij worden. Daarnaast zijn de OG-bijeenkomsten bedoeld ter ondersteuning van de OG-er zelf.

Deelnemers aan de AG-groepen zijn niet verplicht om iemand uit de omgeving mee te nemen naar de AGOG. AG-er of OG-er kunnen ook onafhankelijk van elkaar de groepsleden bezoeken. Toch hebben de meeste afdelingen de ervaring dat de kans op succes sterk wordt vergroot wanneer AG-er en OG-er samen naar de AGOG gaan, waar ze ieder in hun eigen groep gaan zitten om daarna samen weer naar huis te gaan.

Een AGOG-bestuurslid aan het woord:

“Dat is denk ik ook de kracht van de AGOG, dat ze het samen doen. Vergeleken met de AA en de groepen voor de omgeving, Al-Anon en Alateen die apart bijeenkomen, zit het bij ons allemaal bij elkaar. Ik hoorde laatst een vrouw van de Al-Anon zeggen: ‘Ja, ik ben lid van Al-Anon en mijn man zuipt gewoon door’. Dat zie je hier bij de AGOG weinig. Je kunt het toch het beste zoveel mogelijk samen doen. Daarmee kun je ook stimuleren dat buiten de groepen – in dat gezin, in die relatie – de gokverslaafde en iemand uit zijn omgeving meer begrip voor elkaar krijgen en elkaar steunen. Want het is heel lastig om in je eentje van een verslaving af te komen. En daarbij komt dat ook die ouders of die partner overeind moeten blijven. Het gebeurt heel snel dat zij zeggen: ‘Oh, het is mijn schuld, had ik maar zus of zo’, maar dat leren ze dan af. Dat het niet aan hen te wijten is, dat niemand daar schuld aan heeft, maar dat je er samen probeert uit te komen. Het is natuurlijk een dal waar mensen doorheen gaan, maar als je daar samen met anderen uit kunt klauteren, dan kom je daar sterker uit. En dat vind ik dus één van de dingen waardoor de AGOG de AGOG is en niet de AG en OG”.

Uit een partnergroep:

De Werkgroep Buitenveldert is een zelfhulpgroep voor mensen met verslavingsproblemen. Ook zij kennen een partnergroep. Van deze partnergroep komt het onderstaande.

“Het lukt niet. Hij heeft al zo vaak geprobeerd te stoppen. En ik heb alles gedaan om hem daarin te steunen. Het gaat een paar weken goed, maar dan is het weer mis. Ik red het niet meer. Iedere keer als hij stopte en beloofde dat hij écht nooit meer zou drinken, geloofde ik het en dat liet ik ook merken. Maar hij viel telkens weer terug. En nu geloof ík het niet meer. Dat straal ik uit, zegt hij, en daardoor verliest hij de moed om vol te houden. We zitten in een spiraal naar beneden. Wat moet ik doen? Wat kan ik nog doen? Ik hou van hem; als hij niet drinkt, is het een schat van een man. En dan leef ik op. Maar als het telkens weer misloopt, je ziet geen verbetering en je voelt dat je eigen leven een puinhoop wordt, dan ga je denken: ik hou er mee op, ik ga bij hem weg. Maar terwijl je dat denkt, voel je de schuldgevoelens al opkomen. Want je laat hem in de steek…”

Hoe vaak horen we zulke wanhoopsverhalen? En herkennen er iets of veel in van wat we zelf beleven of beleefd hebben?

Bijna alle partners van verslaafden hebben dit soort situaties meegemaakt. Velen hebben inderdaad hun relatie verbroken, om het eigen vege lijf te redden. Anderen kwamen niet verder dan de ellende te blijven verdragen, alleen nog hopend op betere tijden. Natuurlijk is in beide gevallen geen sprake van een oplossing van het probleem. Veel mensen zeggen dat het probleem niet op te lossen is.

Maar je kunt er wél, samen met je partner, goed mee leren leven door anders te gaan leven. Voor hoe je dit moet doen, is geen standaardrecept te geven. Iedere situatie is immers anders. Iedere situatie vraag om een eigen aanpak.

Er is echter wel een aantal zaken die voor alle situaties gelden, voor de ene wat meer, voor de andere wat minder.

Verantwoordelijk voor je eigen leven

Om te beginnen: Ieder mens is in de eerste plaats verantwoordelijk voor zijn eigen leven. Dat geldt ook onverkort voor de verslaafde en daar moet hij op worden aangesproken. En dat betekent dat we niet moeten accepteren dat hij de ‘oorzaak’ van zijn verslaving buiten zichzelf zoekt of dat hij jou, je partner, de schuld geeft van het feit dat hij blijft drinken, gokken of terugvalt, dat je hem niet genoeg steunt enzovoorts. Het betekent ook dat alleen hij het besluit kan nemen om te stoppen. En hij er alleen verantwoordelijk voor is om dit besluit ook uit te voeren. Ook betekent het dat jij hem daar in wezen niet bij kunt helpen.

Een OG-er aan het woord:

“Vanaf het moment dat een AG-er bij de AGOG komt, gaat het alleen nog maar beter met hem of haar”.

“Zodra een OG-er bij de AGOG komt, moet de ellende eigenlijk nog beginnen. Bij de OG-er gaat het eerst bergafwaarts. Het is een ongelijk proces, ook al doe je het samen”.

“Het gaat hier om het respecteren, dat is het onaangetast laten, van zijn persoon, dus ook van zijn vrijheid om zijn leven weer in de hand te krijgen of het naar de verdommenis te helpen”.

En dat geldt ook voor onszelf. Wat ook óns leven is uit de hand gelopen. Het is niet alleen het probleem van de verslaafde. Wij zijn daarin verwikkeld, al was het alleen maar om dat wij ons door hem hebben laten manipuleren, ons leven hebben laten bepalen door zijn gedrag. Dat houdt in dat wij er aan meewerken dat het gedrag blijft voortbestaan omdat we hem niet terugwijzen naar zijn verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven, maar we die verantwoordelijkheid als het ware overnemen. Misschien omdat we verslaafd zijn aan zijn verslaving?

Maar als we dat “verslaafd zijn” nu een halt toeroepen – en dat is al heel erg moeilijk – als we hem voor zichzelf verantwoordelijk stellen en hij accepteert dat, maar het ‘werkt’ niet: hij probeert het wel, maar valt weer terug, wat doe je dan? Het ligt dan voor de hand dat je gaat uitzoeken zijn besluit om te stoppen helemaal oprecht is. Dat wil zeggen dat hij het besluit nam met het doel zijn leven anders in te richten en zelf te sturen. En dat hij het besluit niet nam om – al dan niet onder druk – jou en zijn familie of vrienden tevreden en gerust te stellen. Want in dit geval lukt het beslist niet. Omdat hij dan kennelijk niet inziet dat het om zijn leven gaat, dat híj in gevaar is. En dat door het gerieven van jou en anderen dit gevaar in geen enkel opzicht minder wordt.

Maar als zijn besluit om te stoppen wél grondig overwogen en genomen is, en jij de steun geeft die je geven kunt, dan nog is terugval niet uitgesloten, zelfs herhaalde terugval niet.

Het heeft meestal jaren geduurd voordat zijn verslaving zo destructief is geworden. En in die jaren heeft de verslaving een eigen wezenlijke functie in zijn leven gekregen. Het is dus ‘logisch’ dat het een zwaar en langdurig karwei is om de verslaving stil te leggen en het leven anders te gaan leven.

Terugval is daarbij bijna ‘normaal’. We hoeven dan als partner – al schrikken we ons rot – niet in paniek te raken. Zeker niet als hij er zelf weer tegenaan gaat. “Het is veel verwonderlijker dat iemand voorgoed stopt, dan dat hij terugvalt” (zei iemand die al lang gestopt is uit de verslaafdengroep).

Als het besluit van de partner werkelijk oprecht is en hij, na terugval, de moed niet opgeeft, dan is het voor ons zaak dat ook niet te doen. De moed erin houden is een niet geringe steun voor onze partner. En voor onszelf.

Tips voor iemand uit de omgeving van een verslaafde:

De Landelijke Stichting Ouders en Familieleden van Drugsverslaafden heeft de onderstaande tips geformuleerd die voor iedereen die in de nabijheid van een verslaafde leeft, bruikbaar kunnen zijn:

Niemand kan een verslaafde dwingen tot een ander, ‘gezonder’ inzicht. Probeer hem niet van je ideeën te overtuigen, maar maak duidelijk wat je eigen opvattingen zijn.

Het gedrag en daarmee de normen van de verslaafde zijn veranderd door zijn verslaving. De verslaafde leeft als het ware in een andere realiteit. Besef dat goed, maar ga daar niet in mee en accepteer dat gedrag ook niet als normaal gedrag.

Doe vooral niets voor de verslaafde wat hij zelf kan doen en richt je vooral op jouw eigen bezigheden.

Zoek niet naar aanwijzingen van mogelijk gokgedrag. Je verhindert dat gedrag daar niet mee, maar je roept wel nieuwe spanningen en nog meer wederzijds wantrouwen op.

Denk niet steeds aan de schuldvraag of de ‘schande’, maar maak je zo sterk mogelijk voor de dag van vandaag.

Probeer in het gezin op één gedragslijn tegenover de verslaafde te komen en maak daarover duidelijke afspraken.

Robin Norwood beschrijft in haar boek “Als hij maar gelukkig is” het patroon van gevoelens en gedachten die vrouwen hebben die te veel in de liefde investeren. Verslaving en zelfhulp spelen een belangrijke rol in dit boek.

Volgens Norwood is het niet de ernst van de problemen die bepaalt of je wel of niet zult ‘herstellen’. Het is een eigen keuze: je kunt er voor kiezen je (weer) op je eigen leven te gaan richten, en dat niet (langer) te laten bepalen door een (gokkende of drinkende) partner. Norwood heeft gezien dat de vrouwen die ‘herstellen’ uiteindelijk zelf bepaalde stappen hebben ondernomen om dat herstel op gang te brengen. Volgens haar zullen vrouwen die deze stappen doen, herstellen. De stappen zijn eenvoudig te begrijpen, maar niet gemakkelijk om uit te voeren.

De stappen zijn allemaal even belangrijk:

  • Zoek hulp; dit kan hulp van beroepshulpverleners of zelfhulp zijn;
  • Geef je eigen herstel de hoogste prioriteit in je leven;
  • Zoek een zelfhulpgroep van lotgenoten die je begrijpen;
  • Ontwikkel je spiritualiteit door dagelijkse oefening;
  • Houd er mee op om het leven van anderen te willen inrichten;
  • Leer niet in ‘spelletjes’ betrokken te raken;
  • Zie je eigen problemen en tekortkomingen moedig onder ogen;
  • Werk aan de dingen in je die verder ontwikkeld moeten worden;
  • Word op jezelf gericht;
  • Deel je ervaringen en datgene wat je hebt geleerd met anderen.

Een moeder aan het woord:

“Het gaat niet goed met me, het gaat niet goed met hem, mijn zoon van twintig jaar. De hele dag moet ik steeds aan hem denken. Wat zou er toch met hem zijn, het lijkt wel of hij mij ontwijkt. Al mijn energie gaat in hem op, waardoor ik mijn andere kinderen helemaal tekort doe. Ik voel de spanning als we gezamenlijk aan tafel zitten voor het eten of zo maar een film kijken, die geheel langs me heen gaat. Aan het huishouden kom ik al helemaal niet toe. Ik ben zo in de war. Hij zuigt me langzaam leeg. Ik ben zo ontzettend moe.

Ik vraag me af wat er toch is. Wat geeft mij het gevoel dat er iets niet goed is. Is het dat moederinstinct? Ik probeer het op een rijtje te zetten. Er komt van alles in me op.

Als hij maar niet aan de drugs is. Ik krijg het Spaans benauwd. Nee, stel ik me gerust, dat had ik aan zijn ogen kunnen zien. Zijn ogen, o jee, die heb ik al maanden niet gezien.

Zou hij de echtscheiding nog niet verwerkt hebben? Mist hij zijn vader, het andere huis misschien, of toch problemen hebben op school? Drugs, nee dat doet hij niet. Ik ken mijn eigen zoon toch wel?

Zo vaak heb ik geprobeerd om een goed gesprek met hem te voeren. Zo vaak heb ik gezegd: “Jongen, hoe komt het dat je zo weinig spaart, eigenlijk niets meer spaart, waar geef je dat toch allemaal aan uit?” Maar ja, ik dat mens dat niet mee gaat met de tijd, ik ben maar een zeur. Ik hoor zijn woorden nog door mijn hoofd razen. Ik ben een zeur!

Hardop loop ik tegen mezelf te praten: rustig nu maar, rustig!

Rustig? Niks rustig?! Ik maak me zorgen om dat klere jong. Wat kan er toch zijn?

Zou hij dan toch nog problemen hebben met z’n puberteit. Hij is weliswaar twintig, maar ja, bij de één is dat sneller achter de rug dan bij de ander. Hij reageert zo vaak nog zo kinderachtig, zo onvolwassen. Zou hij misschien seksuele problemen hebben, kampt hij misschien met zijn eigen seksuele identiteit. Ik heb toch altijd getracht een zo vrij mogelijke opvoeding te geven. Als mijn kinderen uit school kwamen met vooroordelen, ben ik er altijd op ingesprongen. Alles is altijd bespreekbaar geweest zoals godsdienst, seksualiteit, discriminatie, criminaliteit, drugs, alcohol, enzovoorts, toch alles? Of heb ik nu iets vergeten? Nee, volgens mij niet.

Er passeren in gedachten allerlei situaties die wat vreemd waren de afgelopen tijd. Het laat thuiskomen en zijn verhalen. De trein gemist, vertragingen, de bus gemist, bijles gehad op school, met vrienden staan te kletsen, horloge vergeten, even langs een vriend geweest, in de stad naar een cd staan luisteren, bij zijn vader langs geweest, lekke fietsband, fietssleutel verloren, fiets gestolen, geld verloren, vroeger thuis vanwege lesuitval, later naar school vanwege ziekte docent, helemaal niet naar school vanwege vergaderingen, enzovoorts, enzovoorts.

Dan de situatie thuis, die is ook ontzettend veranderd. De jongste van veertien jaar die echt in zijn puberteit zit, krijgt het flink voor zijn kiezen. Constant wordt hij aangevallen, op zijn houding, zijn woorden, op zijn kleding, ja zelfs op zijn haar! Als die twee bij elkaar zitten, ontstaan er altijd woordenwisselingen die regelmatig uitlopen op een fikse ruzie. Als ik me er dan mee bemoei, is het hek echt van de dam. Maar ja, wat moet ik? Ik wil helemaal geen ruzie. Het irriteert me mateloos, dat gedrag van hem. Zodra ik mijn mond opendoe en tussenbeiden wil komen, ben ik ineens weer die trappaal.

Hij vlucht steeds naar boven, ligt uren op z’n bed tv te kijken, eet maar half, als ik antwoord op een vraag krijg, is dat steeds snauwerig, reageert ontzettend nors. Informeer ik naar zijn vrienden, naar school, dan bemoei ik me met zijn leven en wordt hij nijdig. Wat zou er toch zijn?

Onmiddellijk krijg ik steken in mijn borst en barst van de koppijn. Ik twijfel, ben bang, verward en ontzettend moe. Denken, zoeken naar het waarom.

De huisarts heeft me ook al niet kunnen helpen. Ja, het zijn spanningen in het gezin. Problemen met mijn zoon, och dat gaat vanzelf wel weg, het schijnt de jeugd van tegenwoordig te zijn. Ze hebben het tenslotte ook niet gemakkelijk in deze maatschappij.

En ik dan? Moeders slaan zich overal doorheen, met wat zenuwtabletten ziet alles er zonniger uit. Dus niet!

Ik loop zo al maanden door te sukkelen en ben alleen maar ontzettend moe!

Ik durf er met mijn vrienden niet over te praten. Wat moet ik ze vertellen? Dat hij zo moeilijk is de laatste tijd? Als ik ze dan vertel dat ik zo vaak een grote mond krijg, halve antwoorden krijg, zijn kamer een puinhoop is, het op school niet best wil lukken, constant met de jongste in gevecht gaat, thuis niets uitvoert, dan weet ik al wat ik voor antwoorden kan verwachten. Natuurlijk zijn leeftijd weer, of dat ik maar eens harder op moet treden. Maar ik ben zo ontzettend moe! Ik wil hem trouwens niet afvallen, als hij zou vermoeden dat ik er met iemand over zou praten, breekt de hel los want dan ben ik weer die zeur.

Maar ik stik, stik langzaam in mijn eigen gedachten.

Vele maanden later weet ik wat me al die tijd heeft bezig gehouden.

Vele maanden later weet ik wat hém al die tijd heeft bezig gehouden!

Mijn zoon is gokverslaafd!

Het is iets onmogelijks. Het is iets onaantastbaars. Ik kan het niet begrijpen. Ik kan het niet aan hem zien! Mijn eigen kind, een gokverslaafde? En ik dacht dat ik hem als enigste zo goed kende? Aan alles heb ik gedacht, maar dit woord is nooit in mijn woordenboek voorgekomen. Ik sla lam van ellende, mijn hoofd slaat op tilt.

Ik heb zoveel vragen. Vragen hoe lang hij gokt, waar, hoeveel en waarom. Ik voel zoveel pijn, het vertrouwen ben ik kwijt, hij heeft mijn hart gebroken. Zoveel verdriet, mijn ogen zijn steeds rood van het huilen. Ik ben bang. Bang om het aan familie en vrienden te vertellen. Alles loopt door elkaar heen. Mijn gevoelens rennen van schaamte naar angst, van vechten naar onmacht. Ja, alles is me nu teveel.

Mijn leven staat op z’n kop. Wat moet ik toch beginnen?

Alles flitst door m’n hoofd. Wat moet ik nu nog geloven. Iedere situatie, ieder verhaal, elk woord trek ik nu in twijfel. Mijn eigen kind, ik vertrouw hem voor geen cent! Alles wat hij heeft beloofd, is hij nooit nagekomen. Wat is er nog waar?

Het enige wat nog waar is, is dat hij mijn zoon is.

Het enige wat ik nog voel, is dat ik doodop ben.

Een vriendin aan het woord:

“Toen ik mijn vriend leerde kennen, speelde hij wel eens aan de fruitautomaten die in het café stonden waar ik destijds werkte. Het viel me eigenlijk niet op dat hij gokte, want ik speelde zelf ook wel eens aan zo’n automaat.

Later gebruikte hij dit ook tegen mij. Ik was degene die ervoor had gezorgd dat hij verslaafd was geworden. Ik snapte er niets van. Ik kon gewoon stoppen, maar waarom hij niet? Ik voelde me lang schuldig dat hij door mij was gaan gokken. Later besefte ik pas dat ik niet schuldig was aan zijn verslaving.

In de loop van de tijd kreeg ik in de gaten dat mijn vriend meer gokte dan de andere gasten en ook dat hij al het geld vergokte dat hij bij zich had. Uren kon hij achter die kast blijven staan. Maar ja, je weet hoe dat gaat in het begin van prille liefde. Ik was verliefd en hartstikke blind.

Vaak zocht ik naar verzachtende omstandigheden en warempel: ik vond ze ook. Als ik niet meer in het café zou werken, zou mijn vriend ook niet meer gokken. Als we eenmaal zouden samenwonen, dan waren we ook gezellig samen thuis. Nu moest ik steeds werken in de avonduren en ging hij maar uit verveling achter die kast hangen. Ik kende hem nog niet zo goed en vond dat ik er dan ook nog niets van kon zeggen.

Na een tijdje gingen we samenwonen en toen veranderde alles. We kwamen steeds meer geld tekort. Als ik dan aan hem vroeg waar al dat geld was gebleven, dan moest hij nog geld aan iemand terugbetalen, of hij was op stap geweest en dat had veel geld gekost. Als ik probeerde er dieper op in te gaan door te vragen aan wie hij dan nog geld moest terugbetalen en waar hij dan was geweest, werd hij ontzettend kwaad. Hij was toch geen klein kind meer!

Hij vroeg me vaak genoeg of ik hem niet vertrouwde met al mijn eindeloze vragen. Natuurlijk vertrouwde ik hem, ik hield tenslotte van hem. Maar iets broeide er in mijn lijf.

Ik voelde dat we uit elkaar groeiden. Hij werkte overdag en ik deed de huishouding. De avonden waren voor ons, tenminste dat was in het begin en zo had ik me dat altijd voorgesteld. Maar de avonden werden steeds meer van hem alleen. Hij ging praktisch iedere avond weg. Ik voelde me alleen, ontzettend alleen.

Onze nachten waren ook niet meer de nachten die ik me altijd had voorgesteld. Er was geen arm meer die me warm omarmde, er was geen borst meer waarop ik in slaap kon vallen, er waren geen lippen meer die mijn lichaam zochten.

In die tijd besefte ik steeds meer dat mijn vriend een probleem had. Ik verzamelde mijn energie en ben er met hem over gaan praten. Heel rustig. Na veel heen-en-weer gepraat gaf hij toe dat hij weer gokte en beloofde hij mij te stoppen. Ik was erg blij, want ik had het volste vertrouwen in hem.

Voor mijn gevoel ging het even goed. Mijn vriend ging nog wel vaak alleen weg. Als ik dan vroeg waar hij geweest was, kreeg ik allerlei verhalen te horen. Hij moest naar de voetbalclub, dan weer een wedstrijd kijken van een andere club, even met een vriend weg die hulp nodig had of even met een ander een pilsje drinken want het was zo lang geleden dat hij die gezien had.

Hoewel hij me nooit aankeek tijdens deze gesprekken, geloofde ik hem. Hij had toch beloofd om niet meer te gokken?

Als ik alleen was en me weer niet lekker voelde, kwamen er allerlei dingen in me op. Vaak dacht ik dat hij een andere vriendin had, dat hij niet meer van me hield.

Bij toeval kwam ik er achter dat hij weer gegokt had. Wederom beloofde hij mij dat hij niet meer zou gokken.

Mijn vertrouwen zakte steeds verder weg. Ik wilde zo graag geloven dat hij niet meer zou gokken, dat hij van mij hield, mij niet kwijt wilde en dus ook niet zou gokken. Ik voelde me machteloos. Wanneer ik hem aansprak over zijn gokprobleem, ontstond er telkens ruzie. Ik probeerde de gesprekken de ene keer rustig te voeren, de andere keer hard. Ik dreigde zelfs dat ik bij hem weg zou gaan. Het leek wel of niets meer hielp. Steeds viel hij terug op die rotkasten. Iedere keer opnieuw kwam ik er achter dat hij gokte. Iedere keer beloofde hij mij weer dat hij zou stoppen. Met tranen in z’n ogen zei hij me: “Ik doe het niet meer.”

Ik begon te beseffen dat er iets in me veranderde. Zijn tranen lieten me koud, ik geloofde hem niet meer. Ik was compleet overstuur van mijn eigen reactie. Hield ik nog wel van hem? Ik werd heen en weer geslingerd tussen al mijn tegenstrijdige gevoelens. Ik zag in dat ik zo nooit een eigen toekomst kon opbouwen, maar meteen kwam in me op dat ik hem niet kwijt wilde. Ik wilde hem niet kwijt, maar hield ik nog wel van hem, van zijn armen, zijn borst, zijn lippen? Ik rilde als hij te dicht bij me in de buurt kwam. Hoe kon ik nog samen met hem in een bed kruipen, hij die mij bedrogen had! Waren al zijn liefkozende woorden wel waarheid geweest, had hij me daarin soms ook bedrogen? Als zijn verhalen verzonnen waren, enkel maar smoesjes waren, wat was er dan nog wel waar?

Ik leefde met veel verdriet, leugens, beloften, geldproblemen, van de ene dag op de andere. Mijn toekomst, mijn beeld van samenwonen en houden van, was compleet verloren. Ik kón niet meer. Onze relatie, de man waar ik zoveel van hield, raakte ik kwijt aan een fruitautomaat. Hoe kan een gokkast in godsnaam zijn liefde winnen? Hoe kon zo’n automaat hem meer bieden dan ik? Ik was er kapot van. Dat gevoel vergeet ik nooit meer.

Door kennissen hebben we uiteindelijk hulp gevonden. Gelukkig zie ik nu weer toekomst in onze relatie.”

Zelfhulp voor mensen uit de omgeving van een gokverslaafde. Onvermijdelijke betrokkenheid.

Sommige mensen krijgen problemen met gokken omdat ze zelf teveel gokken. Andere mensen krijgen ook problemen met gokken, hoewel ze zelf niet teveel gokken.

Het zijn de mensen die leven in de directe omgeving van een gokverslaafde. Ze zijn zelf niet verslaafd aan gokken, maar leven wél in de ban ervan. Evenals de gokverslaafde zijn zij hun eigen vrijheid kwijt. Je zou haast kunnen zeggen ‘verslaafd aan de gokverslaafde’.

Daarom noemen ze in Amerika alcoholisme een ‘family disease’: een gezinsziekte. Hiermee bedoelen ze een groep mensen van wie er één verslaafd is aan drank; de rest is verslaafd aan de drinker. Het betreft allemaal mensen die hun vrijheid hebben verloren aan iets of iemand buiten henzelf, die gevangen zijn in een patroon van dwangmatig handelen, van onderlinge afhankelijkheid.

Mensen rondom een verslaafde zijn vaak uit bijzonder hout gesneden als zij het in die situatie uithouden. Als je in de nabijheid van een verslaafde leeft, leid je over het algemeen een leven vol woede, frustratie, zelfmedelijden en depressie.

Sommige mensen stappen gewoon op. Zij weigeren het dwangmatig gedrag van de verslaafde te aanvaarden, zij ondernemen geen zinloze pogingen dat gedrag te veranderen en verdwijnen.

Anderen – bijvoorbeeld partners, ouders en kinderen van de verslaafde – kunnen zich niet of nauwelijks aan de knellende banden van onderlinge onvrijheid en afhankelijk onttrekken. Dikwijls blijft het bij een vruchteloos proberen om het gedrag van de ander, de verslaafde, te veranderen. Soms worden trucs gebruikt die weer averechtse reacties uitlokken.

De partner van een verslaafde, maar ook anderen die in zijn directe omgeving leven, hebben vaak het gevoel dat het leven onrechtvaardig is, dat ze nooit om het verslavingsprobleem van de ander hebben gevraagd en dat ze er tegen wil en dank bij betrokken zijn geraakt.

Het van dichtbij meemaken van een verslavingsgeschiedenis is afschuwelijk. Het is een dikwijls jaren durende marteling, waarbij je hele leven tenslotte kan instorten. Het leidt tot een bestaan van zorgen en verwijten, afgewisseld met een gevoel van machteloosheid vanwege het steeds duidelijker wordende inzicht dat je geen (positieve) invloed op de ander kunt uitoefenen. Het is een beklemmende ervaring te weten dat je alle twee in onvrijheid leeft, terwijl je daar niets tegen kunt doen.

Hulp door zelfhulp

Partners of ouders die, vaak onbewust, tot de ontdekking komen volstrekt machteloos te staan ten opzichte van het verslavingsprobleem van de ander, voelen zich in het algemeen vaak jarenlang geïsoleerd. Zij verlangen dat er aan hun onleefbare situatie een eind komt, zonder te weten hoe dat voor elkaar te krijgen.

Toch is één initiatief mogelijk. Zonder dat je anderen, onder wie de verslaafde zelf, lastig hoeft te vallen. Het gaat er om dat je je eigen situatie onder ogen leert zien en, door een systematische aanpak, jezelf sterker maakt. Zodat je op den duur de mogelijkheid krijgt jezelf te bevrijden uit je afhankelijkheid. Door het hervinden van je eigen zelfstandigheid kun je in een volgend stadium, soms voor het eerst van je leven, leren eigen beslissingen te nemen in plaats van alles af te stemmen op de gevoelens van ‘de ander’.

In dit stadium van heroriëntatie en verandering van je leven, kan een zelfhulpgroep een belangrijke steun zijn. In de groep word je vaak voor het eerst aangesproken op een titel die soms heel onverwacht is.

De reacties laten zich raden: “Hij gokt, niet ik.”; “Als ouder van een druggebruiker ben ik toch niet het probleem?”; “Ik ben toch niet verslaafd aan de alcohol?”. Maar al gauw wordt het duidelijk dat zo’n diep ingrijpend probleem van iemand die heel dicht bij je staat, van grote invloed is op je eigen leven.

Als je je dat niet bewust was, kun je lange tijd zijn meegesleept, waardoor je voor jezelf en je omgeving geen steun meer kon zijn, maar een last werd. Ook kan het dan voor de verslaafde verleidelijk zijn om op je te parasiteren. Dit proces is beschreven in het boek ‘De moeder van David S.’ van Yvonne Keuls.

In de veilige beslotenheid van een groep werken de deelnemers aan de oplossing van hun eigen probleem en dat is in het wezen het doorbreken van hun eigen onvrijheid: het ontwikkelen van hun eigen zelfstandigheid en het ontwerpen van een eigen nieuw levensprogramma. Waarbij het vaak de vraag is in hoeverre de ‘ander’ daar in de toekomst nog in past. Als je de stap zet om naar zo’n groep te gaan, dan kán dat het begin betekenen van ingrijpende veranderingen in je leven. Waarschijnlijk zal je jezelf en je contacten met mensen gaan herwaarderen. Niet zelden besluiten mensen op den duur hun relatie totaal te veranderen of elkaar ruimte te geven een eigen bestaan op te bouwen.

Pogingen om je eigen leven te veranderen slagen altijd, maar je moet er wel geduld voor opbrengen. Zo’n operatie kost tijd. Maar het is mogelijk. Als je dicht bij een verslaafde leeft, heb je meestal al lange tijd verschillende pogingen ondernomen. Vruchtel

Direct aanmelden

Hieronder vind je een overzicht van onze groepslocaties.
Zoek jouw dichtsbijzijnde locatie en meld je vrijblijvend aan voor een intakegesprek.

Zwolle
06 27147085 (Johan)
Venlo
06 54 34 83 74 (Eric)
Utrecht
06 245 599 34 (Marco)
Rotterdam
06 218 851 99 (Henk)
Oss
06 36 00 13 04 (Marcel)
Nijmegen
06 147 474 75 (Gert)
Leeuwarden
06 202 919 30 (Johan)
Kerkrade
06 270 423 04 (Lia)
Haarlem
06 435 600 60 (Wouter) / 06 109 371 68 (Christiaan)
Groningen
06 202 919 30 (Johan)
Eindhoven
06 18744996 (Rian) & 06 141 480 26 (Tom)
Den Haag
06 142 935 30 (Chris)
Breda
06 222 00 315 (Jac)
Arnhem
06 19 19 50 65 (Feite)
Amsterdam
06 110 938 96 (Raymond)
Alkmaar
06 152 275 20 (Raymond)
Almere
06 166 268 78 (Dick)